QNRT

Quantum Neurological Reset Therapy

Wat gebeurt er tijdens een QNRT-sessie?

Een gekwalificeerd QNRT-therapeut kan achterhalen welke slechte ervaringen of emotionele trauma’s je hebt doorgemaakt en op welke leeftijd jouw negatieve levenspatronen zijn ontstaan, onder welke omstandigheden, in welke situatie en vanuit welk emotioneel conflict. Ook kan hij een relatie leggen met de kernovertuigingen (kernwaarden) die je hebt ontwikkeld om te overleven of jezelf te beschermen. Je leert inzien dat deze kernwaarden je nu in de weg staan. Je zult duidelijk zien, voelen en horen hoe jouw overlevingsmechanismen tot zelfsaboterend gedrag leiden. Een gekwalificeerd QNRT-therapeut zal je zenuwstelsel activeren en je brein resetten, zodat je anders gaat reageren op emotionele prikkels.

Hoe werkt QNRT?

QNRT is gebaseerd op het principe dat de hersenen en het zenuwstelsel bepalen wat er allemaal in ons lichaam gebeurt. Onverwerkte emotionele spanning uit heden of verleden heeft een negatieve uitwerking op het zenuwstelsel, waardoor er een fysieke, psychische of emotionele crisis kan ontstaan. Dit mechanisme is het basisbeginsel van QNRT.

De meesten van ons hebben direct of indirect wel eens “negatieve emotionele spanning” ondervonden. Alledaagse ongemakken, zoals slapeloosheid, angst, nervositeit, vermoeidheid, pijn en maag-darmproblemen, worden bij QNRT in verband gebracht met negatieve emotionele spanning in het verleden. Dit is een belangrijk voorbeeld van de wisselwerking tussen lichaam en geest.

De uitgangspunten van QNRT worden bevestigd door de ACE-studie (Adverse Childhood Experiences, ofwel negatieve jeugdervaringen). Deze legt een relatie met symptomen, gedrag en ziekte op latere leeftijd. Volgens de ACE-studie krijgen kinderen met bepaalde negatieve emotionele ervaringen vaak last van een scala aan lichamelijke en sociale problemen, waar ze als volwassenen mee blijven worstelen. Op gezondheidsgebied gaat het dan om hart-, lever- en ademhalingsproblemen. Op psychisch vlak gaat het om neerslachtigheid, angst en woede, maar ook om risicovol sociaal gedrag, zoals drugsmisbruik, alcoholisme en vroegtijdige seksuele ontluiking.

Uit de ACE-studie blijkt dat ook pas op latere leeftijd problemen kunnen ontstaan, lang nadat de negatieve emotionele ervaring heeft plaatsgevonden. Deze studie en vele andere laten zien hoe de wisselwerking tussen brein en lichaam onze gezondheid beïnvloedt. Ons lichaam is er niet op gemaakt langere tijd onder grote spanning te staan. Eenvoudige levensfuncties gaan dan achteruit en we kunnen slechter presteren door de emotionele overbelasting. QNRT ziet de balans tussen brein en zenuwstelsel als een belangrijke factor voor het verkrijgen en behouden van een goede gezondheid.

*ACE-studie, voor meer informatie zie: www.cdc.gov/ace/ De belangrijkste voordelen van QNRT zijn:

  • het niet-invasieve karakter;
  • er komt geen medicatie aan te pas;
  • eenvoudig te begrijpen en toe te passen;
  • er is geen praattherapie nodig;

en QNRT vult andere behandelingen aan en maakt deze vaak effectiever. QNRT richt zich voornamelijk op drie gebieden:

  1. Het Loslaten van individuele negatieve emotionele ervaringen, die achterhaald worden door te kijken naar stressfactoren in de wisselwerking tussen lichaam en geest.
  2. Het Herprogrammeren van overlevingsmechanismen die zijn ontstaan uit negatieve emotionele ervaringen. Deze patronen zijn ontwikkeld om emotionele trauma’s te overleven en zijn gebaseerd op misvattingen, negatieve levenspatronen en/of ongewenste kernwaarden.
  3. Het Resetten van het brein en de zenuwbanen naar alle delen van het lichaam, zodat de persoon in kwestie probleemloos kan genezen.

De technische termen ‘Loslaten’, ‘Herprogrammeren’ en ‘Resetten’ met betrekking tot QNRT zijn niet bedoeld om een diagnose mee te stellen of aanbevelingen te doen voor medische of psychische aandoeningen. Ook kan QNRT zulke aandoeningen niet voorkomen, behandelen, verzachten of genezen. QNRT kan geen individuele diagnose, zorg, behandeling of revalidatie bieden en ook geen medische, psychologische of ontwikkelingsprincipes toepassen.

Kernwaarden

We doen allemaal in ons leven bepaalde kernwaarden op waarmee we emotionele spanning of trauma het hoofd kunnen bieden. Deze ontstaan in onze jeugd door omstandigheden of situaties waarop we geen invloed hebben. Zo’n kernwaarde ligt aan de basis van de emotionele overlevingsmechanismen die wij ontwikkelen. Later in het leven kunnen kernwaarden ons het zicht op onszelf benemen en een ongezond zelfbeeld vormen (misvattingen). Na jaren van bevestiging zal ons onderbewustzijn deze misvattingen tegen elke prijs in stand houden. Alles wat we meemaken wordt dan in het licht van deze kernwaarde bekeken, waardoor wij er automatisch en voorspelbaar op reageren. Zo kun je je bij bepaalde emotioneel beladen gebeurtenissen afvragen: “Waarom moet mij dit nou weer overkomen?” Helaas zal dan de geautomatiseerde reactie vanuit jouw limbisch brein zijn: “…omdat ik niets kan, ongeliefd ben, niets waard ben”. 

Kernwaarden zijn soms heel subtiel, maar beheersen ons leven in alle opzichten en vooral ook onze relaties en carrière. Kernwaarden geven vorm aan onze gewoonten, gedachtenpatronen en filters en zijn vaak allesbepalend. Het goede nieuws is dat deze geautomatiseerde reacties zelden je eigen schuld zijn, of wie zijn schuld dan ook. Kernwaarden worden meestal van generatie op generatie doorgegeven. Zonder iemand de schuld te geven, moeten we “ZELF VERANTWOORDELIJKHEID NEMEN” voor het doorbreken van deze ongunstige geautomatiseerde reactiepatronen. We hebben zelf die beschermende muur opgetrokken en moeten hem ook zelf weer afbreken.

Specifieke kernwaarden:

Machteloos — Je voelt je een slachtoffer van de omstandigheden en ziet geen uitweg. Het lijkt wel of anderen je constant proberen te overheersen en manipuleren. Je vindt het moeilijk grenzen en structuur aan te houden. Je hebt moeite met veranderingen en het bereiken van doelen. Je voelt je incompetent en doet extra je best, omdat succes erg belangrijk voor je is. Toch voel je je altijd minderwaardig, wat je ook bereikt. Je probeert jezelf op allerlei manieren te beschermen, maar vaak lukt dat niet. Lichamelijk heeft dit zijn uitwerking op je schildklier, die de spijsvertering reguleert.

Onecht — Je doet je anders voor dan je bent om maar geaccepteerd te worden en je probeert anderen te bewijzen dat je de moeite waarde bent. Je denkt veel over jezelf na om erachter te komen wie je nu eigenlijk bent en wat jouw plek is in deze maatschappij. Lichamelijk beïnvloedt dit je schildklier, die ook een rol speelt bij depressies.

Onveilig — Je hebt voortdurend het gevoel dat er iets staat te gebeuren waar je geen invloed op hebt. Je durft niemand te vertrouwen en daarom ben je overbezorgd over alles en iedereen. Er gebeurt altijd wel iets waardoor je je overdonderd en kwetsbaar voelt. Lichamelijk beïnvloedt dit de bijnierschors, die een rol speelt bij nerveuze spanning en/of slapeloosheid.

Onzeker — Je vindt het leven onrechtvaardig en hebt het gevoel dat niemand je begrijpt. Het lijkt wel of mensen je niet vertrouwen of respecteren.  Je voelt je een mislukking, zonder dat je weet waarom. Het leven kan verwarrend zijn en het is moeilijk om open en eerlijk voor je gevoelens uit te komen. Je verwacht rechtvaardigheid, maar bent wel kritisch op de fouten van anderen. Lichamelijk werkt dit in op het bijniermerg, waardoor je vermoeid raakt en rusteloos bent.  

Ongezien — Je hebt het gevoel dat niemand om je geeft. Soms lijkt het wel of je niet bestaat of heb je geen idee wie je nu eigenlijk bent.  Als je bij anderen bent, doe je extra je best om opgemerkt te worden, maar het lijkt wel of het niemand iets kan schelen wat er in je omgaat. Je raakt geïsoleerd en hebt een hekel aan jezelf. Soms zou je liever dood zijn dan op deze manier door te gaan. Lichamelijk heeft dit zijn uitwerking op de hypothalamus, die het gewicht reguleert.

Ongeliefd — Je voelt je onbemind en een buitenstaander. Het voelt alsof je nergens welkom bent. Je lijkt nergens aansluiting te vinden en je voelt je oninteressant, lelijk en saai. Je kunt heel veel van anderen houden, maar liefde ontvangen is moeilijk. Je kropt emoties vaak op, omdat toch niemand ze belangrijk lijkt te vinden. Als je denkt de liefde van een ander niet waard te zijn, wijs je jezelf af en trek je je terug. Lichamelijk beïnvloedt dit je nieren, waardoor er ontstekingen en pijn kunnen ontstaan.  

Onwaardig — Je vindt dat je niets van anderen mag verwachten in de zin van liefde, complimentjes, cadeautjes of waardering. Je lijkt niets voor anderen te betekenen en als anderen iets aardigs zeggen, ben je argwanend. Jij komt altijd op de laatste plaats en mensen vinden je totaal niet interessant. Je werkt extra hard, maar je trekt je vaak terug en voelt je minderwaardig bij anderen. Lichamelijk heeft dit gevolgen voor je hypothalamus en hypofyse, wat gewichtstoename en negativiteit in de hand werkt.  

Ongewenst — Je voelt je niet welkom en vindt nergens aansluiting. Je voelt je altijd verloren en alleen. Je voelt je zelden verbonden met anderen.  Je bent altijd op zoek naar acceptatie. Je zorgt liever voor anderen en verwaarloost je eigen behoeften. Lichamelijk heeft dit effect op je nieren, waardoor je ook vocht vasthoudt. Je bloeddruk zal daardoor stijgen en je komt aan in gewicht.  

Onvolledig — Je hebt het gevoel dat er een stukje van de puzzel ontbreekt. Je bent voortdurend op zoek naar iets wat jou weer compleet zal maken. Soms voel je je nietig, maar integriteit en erkenning zijn erg belangrijk voor je. Het mag misschien lijken alsof je alles goed voor elkaar hebt, maar je voelt je leeg van binnen. Je voelt je niet meer in contact met jezelf en met God en anderen, vooral wanneer er chaos in je leven is. Je kunt je moeilijk over dingen heen zetten en vraagt je voortdurend af waarom dat zo is. Je durft nergens op te hopen en denkt dat er nooit iets zal veranderen. Uit een soort zelfbescherming hou je anderen op afstand. Lichamelijk beïnvloedt dit de hypothalamus, de pijnappelklier en de hypofyse. Symptomen die hiermee gepaard gaan zijn hormoonschommelingen, slaapstoornissen en gewichtsproblemen.  

Minderwaardig kind — Je probeert alles onder controle te houden, uit angst de controle te verliezen. Als er dingen fout gaan, geef je jezelf daarvan altijd de schuld. Je bent heel hard voor jezelf als er iets niet lukt. Soms voel je je dom en onhandig, een hopeloos geval. Je kunt moeite hebben met dingen afmaken, omdat het nooit goed genoeg is naar je zin. Je streven naar perfectie neigt soms naar het obsessieve. Als er iets verkeerd gaat, word je boos op jezelf en zonder je jezelf af bij wijze van straf. Soms spring je uit je vel, waardoor je een nog grotere hekel aan jezelf krijgt. Lichamelijk werkt dit in op je hypothalamus, maag en dunne darm. Deze kernwaarde kan met spijsverteringsproblemen gepaard gaan.  

Minderwaardige volwassene — Je voelt je geestelijk tekortschieten, emotioneel een kluns en soms zelfs ronduit gestoord.  Je denkt dat dit altijd zo zal blijven en bent bang dat je vroeg dood zult gaan.  Soms vind je jezelf een slecht mens. Dingen afmaken is een hele opgave en je springt van het ene naar het andere project zonder ooit iets te voltooien.  Je gedraagt je niet naar je leeftijd en kunt geobsedeerd zijn met je uiterlijk. Obsessief-compulsief gedrag houdt jou volledig in de klem. Je wilt gerespecteerd worden, maar gedraagt je weinig integer. Je denkt dat iedereen je voortdurend in de gaten houdt en daarom probeer je altijd anderen te behagen. Lichamelijk werkt dit in op de bijnieren, wat leidt tot vermoeidheid, geheugenverlies, geprikkeldheid, gewrichts- en spierpijnen en emotionele uitbarstingen.  

Uit balans — Het lijkt alsof je leven één grote puinhoop is. Je bent alle controle kwijt en kunt ’s nachts nauwelijks meer rustig slapen. Verantwoordelijkheid nemen voor je daden is lastig, omdat het in dit patroon lijkt alsof niets helpt. Psychisch ben je snel de richting kwijt in je carrière en het leven in het algemeen. Als anderen problemen hebben, sta je klaar met advies, maar voor jezelf lijkt dit niet te werken. Op den duur raak je de moed kwijt door alle mislukkingen en ga je jezelf totaal ongeschikt voelen. Lichamelijk werkt dit in op de hypofyse, die een belangrijke rol speelt bij rust en herstel. Hormoonschommelingen komen vaak voor, met name onregelmatige of pijnlijke menstruaties bij vrouwen.  

Negatieve Levenspatronen

Hoe komt het toch dat hetgeen waarvoor we bang zijn in relaties of dingen die we niet willen, vaak juist gebeuren?  Heb je je dat ooit afgevraagd? En hoe kan je voorkomen dat dit jou steeds weer overkomt? Ben je echt vervloekt of gedoemd te mislukken?   Zelfsabotage komt vaak voor.  Dergelijk gedrag kan funest zijn in relaties en in je persoonlijke leven, in je werk, je huwelijk, de omgang met anderen, maar ook voor je zelfbeeld. Het goede nieuws is dat je dit gedrag kunt veranderen, al zul je daar wel moeite voor moeten doen.   Uit gedragsonderzoek blijkt duidelijk dat er vijf basisbehoeften zijn die bepalen hoe geslaagd wij ons voelen in het leven.  Dit zijn de volgende:

  1. Basisveiligheid.
  2. Autonomie.
  3. Zelfwaardering.
  4. Zelfexpressie.
  5. Realistische grenzen.

Als je als kind een van deze basisbehoeften moet ontberen, ontwikkel en gebruik je overlevingsmechanismen die tot de negatieve levenspatronen leiden waaruit zelfsaboterend gedrag voortkomt, wat uiteindelijk resulteert in relaties die gedoemd zijn te mislukken. Dergelijk zelfsaboterend gedrag hebben we allemaal. Soms herkennen we het en soms niet, maar onbewust treedt het dagelijks op. Op deze manier ontwikkelen we kernovertuigingen die het gemis van een of meer basisbehoeften hanteerbaar maken. Deze kernovertuigingen bepalen al vroeg ons wereldbeeld en komen goed van pas om in een ongezonde omgeving te overleven.

Maar naarmate we ouder worden, komen deze kernovertuigingen (ik moet iedereen blij maken, kinderen moeten hun mond houden, ik stel niets voor, etc.) ons flink in de weg te staan. Deze negatieve patronen raken zo ingesleten dat we alleen met zelfsaboterend gedrag onze kernovertuigingen overeind kunnen houden. Dergelijk gedrag sijpelt door tot ieder aspect van ons wezen. Daardoor krijgen we het idee dat dingen die we niet willen, toch wel zullen gebeuren.   Er zijn 12 verschillende negatieve levenspatronen die bijna alle vormen van zelfsaboterend gedrag veroorzaken.

Deze zijn voorspelbaar en zullen steeds weer optreden, tot je zelf het patroon doorbreekt. Door emoties vrij te maken en nader onder de loep te nemen, kunnen we achterhalen op welke leeftijd de patronen zijn ontstaan, onder welke omstandigheden, in welke situatie en vanuit welk emotioneel conflict. We kunnen een relatie leggen met de kernovertuigingen die je hebt gevormd om te overleven en je zult inzien dat deze je nu in de weg staan. Je zult duidelijk zien, voelen en horen hoe je die overlevingsmechanismen inzet om jezelf te saboteren.

Als het patroon eenmaal is doorbroken en een nieuw patroon ervoor in de plaats is gekomen, zal je leven totaal veranderen. Mensen vertonen zelden alle twaalf negatieve patronen tegelijk; meestal zijn het er vier of vijf.  

Verlating, Minderwaardig , Ongeliefd, Afhankelijkheid, Emotionele verwaarlozing, Veeleisendheid, Mislukking, Wantrouwen, Mishandeling, Bescherming, Sociaal isolement, Onderwerping, Hoge eisen, Kwetsbaar  

Als je er niets tegen doet, zal je brein zich tegen je keren met een leven vol ongezonde levenspatronen en ellende tot gevolg.   Als je kijkt naar je leven nu en bedenkt hoe het over vijf jaar zal zijn als je niets verandert, welk beeld krijg je dan voor ogen? Bedenk dan ook hoe het zou zijn zonder die negatieve levenspatronen. Zou dat niet geweldig zijn?

Het brein

De hersenschors vormt het grootste deel van het menselijk brein en is in het midden verdeeld in een rechter en een linker hersenhelft. Deze helften hebben ieder hun eigen functies en het is heel belangrijk dat geen van beide helften overbelast raakt. Quantum Neurological Reset Therapy brengt het brein weer in balans door af te rekenen met de emotionele schokken die de hersenhelften uit evenwicht hebben gebracht.   De hersenschors bestaat uit vier delen, de zogenaamde “kwabben”.

De frontaalkwab staat in verband met redeneren, plannen en problemen oplossen. De emotionele trauma’s van schrik, machteloosheid, verzet, angst en walging worden in dit deel van het brein opgeslagen.  

De pariëtaalkwab staat in verband met oriëntatie, herkenning en waarneming. Deze kwab wordt meestal in onbalans gebracht door brute scheidingen, die gewoonlijk op jonge leeftijd plaatsvinden: als ouders scheiden, een familielid overlijdt, een broertje of zusje wordt geboren,  bij mishandeling (geestelijk, emotioneel of fysiek) of emotionele verwaarlozing.  

De occipitaalkwab staat in verband met visuele informatieverwerking. Het zicht wordt vaak in verband gebracht met emotionele trauma’s: uit het oog uit het hart, steeds over je schouder kijken, “ik wil je niet meer zien”, of de bui al zien hangen.

De temporaalkwab staat in verband met het herkennen van geluiden en met het geheugen. Een onbalans in deze kwab werkt door in onze neurochemie en hormoonhuishouding en houdt verband met symptomen als angst, slapeloosheid, depressie, obsessief-compulsief gedrag en verslaving. Emotionele trauma’s die hierbij spelen zijn gevoelens van woede, frustratie, strijd, angst en identiteit.  

De motorische schors is het wigvormige deel van het brein dat van boven naar beneden loopt, aan de achterkant van de frontaalkwab. Dit deel is verantwoordelijk voor de spierwerking. De emotionele stress van het gevoel vast te zitten, niet verder te kunnen of geen promotie, liefde of erkenning etc. te krijgen, leidt tot een onbalans in deze cortex.  

De sensorische schors zit voor de pariëtaalkwab. Dit deel van het brein registreert aanraking, temperatuur, lichaamspositie en pijn. Een emotioneel conflict in de sensorische cortex komt voort uit scheiding/verlies en kan verband houden met pijn en huidaandoeningen.  

Het cerebellum zit achteraan, onderin het hoofd, en is verantwoordelijk voor evenwicht en houding. Het is een belangrijk hersendeel, omdat er veel zenuwbanen doorheen lopen. Emotionele onbalans in het cerebellum komt voort uit zorgen, conflicten met anderen en een gevoel van kwetsbaarheid.  

De hersenstam bevindt zich aan de basis van de schedel. Dit deel van het brein ontwikkelt zich het eerst en beheerst veel primaire functies, zoals de spijsvertering, ademhaling en voortplanting. Emotionele trauma’s van de hersenstam zijn erg toxisch; het gaat dan om onverteerbare toestanden rond geld, scheiding, smaad, woede en wrok, verlating, afwijzing, onwaardigheid en het gevoel nergens bij te horen.  

De 6 maladaptieve negatieve patronen in hechte relaties.  

Verlating — Voortdurend bang zijn verlaten te worden of nergens bij te horen.  

Mogelijke oorsprong:

Verlating: vanuit een emotioneel onstabiele jeugd. Niemand was consistent aanwezig voor het kind. Dit negatieve levenspatroon komt vaak voor bij kinderen die een echtscheiding hebben meegemaakt, als een van de ouders niet veel thuis was of alleen maar met werk bezig was, bij scheiding van het gezin, vroeg gestorven ouders, steeds weer andere moederfiguren, een labiele moeder, een gezinslid dat wegviel toen het kind nog heel jong was.

Verlating: overbeschermde jeugd. Het kind voelt zich alleen en krijgt niet de kans alles mee te maken wat andere kinderen op die leeftijd meemaken. Het voelt zich geïsoleerd.   Verlating door traumatische situaties: opgroeien in een gezin waar veel ruzie is, een traumatische gebeurtenis waarbij het kind zich verlaten voelde. Zelfs als dit verholpen is, blijft het kind de pijn met zich meedragen, ook als volwassene: bijvoorbeeld als je je huis, land, familie en/of baan moet achterlaten; angst om naar het ziekenhuis te moeten, helemaal alleen, zonder te weten wat je te wachten staat.  

In relaties: Mensen met dit patroon vermijden relaties uit angst dat deze stuklopen, maken zich bovenmatig zorgen over de dood, reageren heftig op uitspraken van hun partner waaruit ze opmaken dat deze weg wil. Ze zijn extreem jaloers en bezitterig, klampen zich vast aan de ander en betichten hun partner van ontrouw. Ze hebben vaak last van scheidingsangst en vinden het moeilijk een relatie te beëindigen, hoe ongezond of zelfs schadelijk die relatie ook is en hoe ongelukkig ze ook zijn.

Veel voorkomende negatieve gedragspatronen:

  • Constant op zoek zijn naar iemand om zich aan vast te klampen.
  • Zich blindstaren op tekenen dat de ander zou willen vertrekken.
  • De dingen niet in een groter geheel zien.

Veranderen: Leren dat het alleen ook wel zal gaan, een netwerk opbouwen. Labiele partners vermijden. Leren vertrouwen op partners die waarschijnlijk wel blijven. Niet meer vastklampen, jaloers worden of heftig reageren als de ander er even niet zal zijn.  

Emotionele verwaarlozing — Ervan overtuigd zijn dat anderen nooit echt van jou zullen houden. Je denkt dat niemand om je geeft of begrijpt hoe jij je voelt. Je voelt je niet in staat je gevoelens te uiten. Die basisbehoefte aan begrip, medeleven en erkenning blijft voor jou onvervuld.  

Oorsprong: Te weinig liefdevolle aandacht: je had een kille, afstandelijke moeder. Een of beide ouders waren emotioneel niet beschikbaar en je kreeg niet het gevoel geliefd en waardevol te zijn. Moeder troostte haar kind niet.  

Te weinig empathie. Moeder luisterde niet en gaf haar kind niet de kans te reageren. Er werd meer geschreeuwd dan begrip getoond. Ouders voelden niet aan wat het kind nodig had. Dit leidt tot diep verdriet en wanhoop, vanuit de angst dat er nooit iemand om je zal geven of je zal begrijpen.   Te weinig bescherming. Ouders boden geen sturing of begeleiding. Je voelde je niet veilig in je eigen omgeving. Je trok je terug vanwege je slechte thuissituatie.  

In relaties: In relaties zijn deze mensen vaak kil en ze weten niet wat liefde is. Ze worden afstandelijk en onbereikbaar. Woede is een terugkerend thema bij emotioneel verwaarloosde personen. Dit zie je bij volwassenen die boos worden als ze niet krijgen wat ze hebben willen. Ze vertellen hun partner niet wat ze nodig hebben en raken vervolgens teleurgesteld als ze het niet krijgen. Ze voelen zich bedrogen en heen en weer geslingerd tussen woede en verdriet.   Ze vertellen hun partner niet hoe ze zich voelen en zijn dan teleurgesteld als ze niet begrepen worden. Ze willen zich niet kwetsbaar opstellen, waardoor hun partner hen niet kan beschermen of advies kan geven. Ze worden boos en veeleisend. Ze verwijten hun partner dat die niet genoeg om hen geeft.  

Veranderen: Word je ervan bewust hoe gevoelens van verwaarlozing je huidige relaties vormgeven. Vermijd kille partners, die een sterke aantrekkingskracht hebben. Tref je een partner die wel warmte kan geven, geef de relatie dan een kans. VRAAG om wat je wil. Stel je kwetsbaar op naar je partner. Hou op met verwijten maken en ga geen dingen opeisen.  

Afhankelijkheid — De dagelijkse dingen niet voor elkaar krijgen zonder aanzienlijke hulp van anderen. Het leven lijkt overweldigend en je kunt het niet goed aan. Je hebt vaak last van angst, paniekaanvallen en pleinvrees.  

Oorsprong: Als kind kreeg je vaak de boodschap iets niet te kunnen als je het zelf wilde doen. Je ouders hebben zelfstandigheid allesbehalve gestimuleerd. Ze waren overbeschermend en behandelden je als een klein kind. Ze namen beslissingen uit handen en gaven kritiek als je iets zelfstandig wilde doen. Ze namen je alles uit handen, deden zelfs je huiswerk. Als kind had je die bescherming nodig, maar toen je ouder werd, bleven ze weinig verantwoordelijkheid geven; ze hadden kritiek op je mening en op alles wat je deed, en kwamen altijd maar weer met advies en instructies aanzetten.  

In relaties: Als volwassene zoek je sterke personen op van wie je afhankelijk wordt en die je leven gaan beheersen. Je wendt je regelmatig tot wijzere, sterkere mensen voor advies en begeleiding. Je minimaliseert je successen en blaast je tekortkomingen op. Je gaat liever geen uitdagingen op eigen kracht aan. Je leeft via je partner. Je regelt je financiën niet zelf en neemt geen beslissingen. Je vermijdt alleen zijn of alleen reizen. Je hebt angsten en fobieën waar je niet tegenin gaat.  

Veranderen: Voer dagelijkse taken uit zonder hulp van anderen. Wees trots op wat je doet. Vermijd sterke en overbeschermende partners. Beklaag je niet als je niet genoeg hulp van anderen krijgt. Trek nieuwe verantwoordelijkheden naar je toe op het werk, maar wel geleidelijk aan.  

Onderwerping — Altijd genoegen nemen met de restjes en in alles toegeven aan anderen. Je hebt het gevoel dat een ander je onder de duim houdt. In hechte relaties stel je jezelf altijd op de tweede plaats. Je staat anderen toe macht over jou uit te oefenen. Je doet dit ofwel uit SCHULDGEVOEL — dat je anderen zou kwetsen als je jezelf belangrijker zou vinden — of uit ANGST dat je straf zult krijgen of in de steek gelaten zult worden als je niet gehoorzaamt.  

Oorsprong: Onderdanigheid (uit angst), meestal doordat je ouders je nooit enige inbreng gaven. Of misschien zat je onder de plak van een leeftijdsgenootje of een broer of zus. Je werd gedomineerd in bijna elk aspect van je leven. Soms met geweld of bedreigingen, maar ook subtiel met een boze blik. Als kind leer je dan dat je machteloos en hulpeloos bent. Ouders kwamen met dreigementen of werden boos als je niet deed wat ze zeiden.   Je offert je op uit schuldgevoel en omdat je ouders je nooit een keuze lieten; ze praatten je een schuldgevoel aan of vonden je egocentrisch als je hen niet hun zin gaf.  Ook kan schuldgevoel in een eerdere relatie zijn ontstaan.  

In relaties: Je voelt je in iemands greep en machteloos. Je geeft anderen meestal hun zin, behaagt om geaccepteerd te worden, gaat liever niet openlijk tegen anderen in. Je vindt het prettiger als anderen de leiding nemen, je geeft zelf geen richting aan je carrière. Je zorgt altijd voor anderen, maar zegt automatisch “nee” als anderen je iets opdragen. Je doet liever geen dingen waarmee je anderen zou kunnen kwetsen. Je offert je op voor anderen en wordt daar dan weer boos over, tot je in woede uitbarst van alle opgekropte wrevel. Je kunt de kernovertuiging krijgen dat anderen altijd hun zin krijgen en jij nooit.   Als tiener en zelfs nog als volwassene, kunnen zulke mensen in opstand komen en de kont tegen de krib gooien. Ze willen zich niet binden en zijn het nooit met anderen eens. Ze willen zich op geen enkele manier vastleggen. Ze stellen dingen uit en komen afspraken niet na.  

Veranderen: Geef aan wat je wilt en wat je nodig hebt. Hou op met passief-agressief gedrag. Kom altijd voor jezelf op. Kap relaties af met mensen die te veel op zichzelf gericht zijn. Ga de confrontatie aan in plaats van anderen hun zin te geven.  

Wantrouwen en mishandeling — De kernovertuiging dat mensen niet te vertrouwen zijn. Mensen met dit patroon gaan ervan uit dat anderen hen zullen kwetsen of mishandelen, dat ze liegen, bedriegen, manipuleren, vernederen, geweld gebruiken of op wat voor manier dan ook misbruik van hen zullen maken. Ze trekken andermans bedoelingen in twijfel en gaan direct van het ergste uit. Uit angst misbruikt of verraden te worden bouwen ze een  beschermende muur om zich heen. Ze vatten alles op als een bedreiging. Anderen zoeken dit soort situaties juist op.  

Mogelijke oorsprong: Vaak zijn deze mensen op jonge leeftijd misbruikt of mishandeld. Een relatie is verzuurd geraakt. Ze hebben een pijnlijke les moeten leren. Wellicht zijn ze vernederd, gepest of beschimpt door leeftijdsgenootjes of familie. Iemand in het gezin vond het leuk hen te zien lijden. Ouders waarschuwden vaak dat ze niemand buiten de familie konden vertrouwen. Ze werden uitgejouwd. Dit levenspatroon vormt zich meestal op jonge leeftijd, maar ook op latere leeftijd kunnen problemen rond vertrouwen ontstaan.   Relaties zijn bedreigend, want anderen kunnen misbruik van je maken. Je staat anderen toe dat ze je slecht behandelen, omdat je bang voor hen bent. Je schiet vaak snel in de aanval, omdat je de ander voor wilt zijn. Je kunt moeilijk genieten van seks. Je laat liever niets over jezelf los. Je houdt je zwakke punten voor jezelf. Je voelt je niet op je gemak bij anderen, omdat ze je zullen vernederen.  

Veranderen:  Ga relaties aan met mensen die je werkelijk kunt vertrouwen. Uit je woede jegens vroegere mishandelaars in therapie. Maak jezelf geen verwijten meer. Die zijn nergens voor nodig. Laat je nooit meer mishandelen binnen een relatie. Vertrouw mensen die het verdienen vertrouwd te worden. Mishandel zelf ook niemand.  

Minderwaardig en ongeliefd — “Niemand kan van mij houden.” “Ik ben waardeloos.”

Mensen met dit negatieve levenspatroon voelen zich mislukt. Ze hebben vaak last van schaamte en gevoelens van vernedering.  

Oorsprong: Overkritische, beledigende ouders. Een ouder gaf je het gevoel een teleurstelling te zijn. Je werd afgewezen door een ouder. Je werd mishandeld door een gezinslid. Je kreeg regelmatig de schuld als er iets fout ging. Een ouder zei herhaaldelijk dat je slecht, waardeloos of een nietsnut was. Je werd nadelig vergeleken met andere gezinsleden. Een van je ouders vertrok en je gaf jezelf daarvan de schuld. Je voelt je minderwaardig doordat een gezinslid je in de steek liet. Als kind was je anders dan anderen en hoorde je nergens bij.  

Nu in relaties: Uiteindelijk kun je jezelf net zo gaan verachten als je ouders vroeger deden. Je voelt je diep ongelukkig als je alleen bent en denkt dat niemand bij je wil zijn.   Twee patronen kunnen zich ontwikkelen:   Een: Je houdt het bij “Ik ben niet geliefd.” Daarom laat je weinig van jezelf zien, uit een soort zelfbescherming. Of je begint al aan een relatie met het idee afgewezen te zullen worden, omdat je je minderwaardig voelt of geleerd hebt dat je dat zou zijn. Twee: Je verbergt je gevoel van minderwaardigheid onder arrogantie. Je bent kritisch op partners. Jaloers en bezitterig. Je hebt altijd bevestiging nodig dat de ander nog van je houdt. Je bent bovenmatig kritisch op kinderen. Je gaat er steeds weer vanuit afgewezen te zullen worden.  

Veranderen: Ga in tegen gedachten die je onzeker maken en het gevoel geven ongeliefd of minderwaardig te zijn. Ontdek hoe die zelfbeschermingsmechanismen werken en laat ze los. Ga de strijd aan met je eigen zelfbeeld en de kernovertuigingen uit je jeugd. Probeer erachter te komen wie je echt bent en wat je allemaal kunt.

De 5 negatieve patronen in de relatie tot de maatschappij

Sociaal isolement —  Kernovertuiging: “Ik hoor nergens bij.” Je voelt je psychisch, fysiek of sociaal anders dan anderen. Sociaal isolement ontstaat vaak later dan andere negatieve levenspatronen. Alleen mensen die op een of andere manier buitengesloten zijn geweest, zullen dit patroon ontwikkelen.  

Oorsprong: Je kunt buitengesloten zijn door buren, op school, door leeftijdsgenootjes, familie, etc. Je voelde je minder waard dan andere kinderen door een of andere aanwijsbare eigenschap. Je bent gepest of vernederd. Je familie was anders dan de rest van de straat. Je voelde je anders dan andere kinderen, zelfs binnen het eigen gezin. Als kind werd je passief. Je deed wat er van je verwacht werd, maar ontwikkelde geen eigen interesses of voorkeuren.  

Nu in relaties: Kenmerkende emoties: angst, vooral in groepen of bij vreemden. Om te voorkomen dat je opnieuw buitengesloten wordt, trek je je terug. Je voelt je anders of minder waard dan de mensen om je heen. De verschillen vergroot je uit en de overeenkomsten bagatelliseer je. Je voelt je eenzaam. Op het werk ben je erg op jezelf. Je bent nerveus en verlegen in groepen. Je kunt je dan niet ontspannen en jezelf zijn. Je bent steeds bang iets verkeerds te doen of te zeggen. Je houdt je afzijdig van groepen en de buurt. Je schaamt je als mensen je familie leren kennen of veel over hen weten. Je doet alsof je net als anderen bent om erbij te horen. Je bent onzeker over je uiterlijk. Je vergelijkt jezelf met anderen die wel populair zijn.   Veranderen: Neem afstand van nare gedachten en daag ze uit. Ga met mensen in gesprek.

Kijk waar je sterke en zwakke punten liggen. Maak onderscheid tussen wat “echt” is en wat “ingebeeld”. Klopt het wel wat je denkt of doet? Vraag anderen naar hun mening en ontdek dat mensen er soms heel anders over denken dan jij. Probeer jezelf te verplaatsen in andermans mening. Kijk hoe je eigen ervaringen je blik op de wereld kleuren en probeer de dingen eens op een andere manier te zien.  

Kwetsbaarheid — Bij kwetsbaarheid speelt vaak de angst de controle te verliezen. Angst dat het noodlot zal toeslaan. Dit negatieve levenspatroon kan leiden tot veel gepieker. Je koestert irreële angsten met betrekking tot gezondheid, ziekte, geld en controleverlies en het kost je een hoop tijd je hierop mentaal voor te bereiden.   Oorsprong: Dit miasmatische (aangeleerde) gedachtenpatroon wordt vaak doorgegeven in de familie.

Een kind kijkt van zijn ouders af dat de wereld een gevaarlijk oord is. Een ouder was bijvoorbeeld altijd bang voor ziekte of gevaar. Of een ouder bood niet de juiste bescherming. De omgeving waarin het kind opgroeide, was fysiek, emotioneel en/of financieel onveilig. Het kind was ziek of maakte traumatische gebeurtenissen mee. Een van de ouders of een naaste verwante maakte een ernstig trauma door.   Nu: Deze mensen vermijden risico’s en zijn altijd overal op voorbereid.

In het dagelijks leven zijn ze meestal gespannen door alles waar ze bang voor zijn. Het is voor hen heel moeilijk een beslissing te nemen en daarbij te blijven. Ze maken zich veel zorgen over gezondheid en mogelijke aandoeningen. Ze krijgen paniekaanvallen doordat ze te veel letten op wat er in hun lichaam gebeurt.

Ze kunnen obsessief bang zijn in geldnood te komen. Ze doen alles om zich te beschermen tegen criminaliteit. Ze vermijden alledaagse situaties waar ook maar iets van risico bij komt kijken. Ze laten zich in bescherming nemen door hun partners. Ze hebben chronisch last van angst en andere psychosomatische aandoeningen. Ze beperken de levens van gezinsleden, die met al die angsten rekening moeten houden. Anderen zoeken het gevaar juist op: ze gaan sky-diven, gokken, racen, en dergelijke.  

Veranderen: Ga na of je gedachten wel kloppen. Bedenk hoe onwaarschijnlijk het is dat je angsten uitkomen. Pas ontspanningstechnieken toe. Praat thuis met je innerlijk kind: ik laat de gedachte varen dat want. Pak je angsten stuk voor stuk aan. Beloon jezelf voor iedere stap die je zet.  

Mislukking — Een gevoel van tekortschieten ondanks alles wat je bereikt hebt. Je voelt je een mislukking. Stel je voor dat je iets doet en het gaat verkeerd? Hoe zullen mensen dan naar je kijken? Hierdoor kan een vicieuze cirkel van schaamte en schuldgevoel ontstaan.  

Oorsprong: Overkritische ouders leggen vaak de kiem voor de kernwaarde mislukking. Een ouder die zelf succesvol was, legde de lat wel heel hoog. Het leek een ouder niet te schelen of je ergens goed in was of niet. Op school of in sport was je minder goed dan andere kinderen, waardoor je je minderwaardig voelde. Thuis werd je altijd vergeleken met een broer of zus die beter was.  Of misschien kwam je uit een ander land en voelde je je minder waard door de vooroordelen van anderen.

Nu in relaties: Je vergelijkt jezelf steeds met hele geslaagde mensen. Als volwassene of als tiener voel je de kritiek van anderen of van jezelf, al probeer je daartegen te vechten. Dit patroon kan een zichzelf vervullende voorspelling worden. Door snel op te geven of door gebrek aan motivatie komt je carrière niet van de grond en blijf je onder je niveau werken.

Negatieve levenspatronen die hierbij horen: altijd te laat komen, dingen voor je uit schuiven, slechte attitude, je niet willen binden. Mensen met dit patroon zullen geen promotie najagen, geen vaste lijn in hun carrière aanbrengen, geen initiatieven nemen, een baan kiezen met weinig kans op succes en de eigen prestaties en vaardigheden bagatelliseren.  

Veranderen: Word je ervan bewust hoe je tegen je eigen prestaties en ambitie aankijkt. Ga de strijd aan met die kritiek op jezelf. Gebruik de geboden handvatten om dingen niet steeds weer uit te stellen. Besef dat dit een aangeleerde gewoonte is die voortkomt uit een patroon van mislukking, maar dat je er ook weer vanaf kunt komen. Je moet alleen inzien waar het vandaan komt en weten wat je ertegen kunt doen.  

Extreem hoge eisen en perfectionisme — “Ik moet perfect zijn.” “Als ik iets niet goed kan, doe ik het maar niet.” Je legt de lat onmogelijk hoog voor jezelf. Dit is doorgaans waar compulsief gedrag vandaan komt, zowel wat betreft persoonlijke prestaties als statusgerichtheid.  

Oorsprong: Komt vaak doordat ouders heel kritisch waren, zelfs bij uitzonderlijke prestaties; het kind voelt zich dan nooit goed genoeg. Ouders lieten alleen liefde blijken als hun kind aan hoge eisen voldeed. Beide ouders voldeden zelf ook aan hele hoge eisen. Ze reageerden met schaamte of kritiek als je niet aan hun eisen voldeed.  

Nu in relaties: Geld is uiterst belangrijk, net als status, prestaties, orde, schoonheid en gezondheid. Mensen met dit patroon stellen extreem hoge eisen aan zichzelf. Ze zijn ambitieus en vinden dat ze zichzelf steeds weer moeten overtreffen. Ze gaan te veel van zichzelf verwachten. Ze kijken alleen naar wat er fout gaat, niet naar wat wel gelukt is. Later zien ze ook de tekortkomingen van anderen, aan wie ze al net zulke hoge eisen gaan stellen.  

Veranderen: Ga de strijd aan met deze overtuiging en leg de lat wat lager. Dat zal een opluchting voor je zijn. Kijk waar deze overtuigingen vandaan komen en ga ertegenin. Zie in dat je met perfectionistische neigingen nog geen perfectionist hoeft te zijn. Leer delegeren en wees blij met wat wel goed gaat.  

Veeleisendheid — “Regels gelden niet voor mij.” “Ik verdien respect en heb overal recht op zonder er iets voor te hoeven doen.” Soms komt hier ook de overtuiging bij kijken dat jij beter bent dan anderen. Mensen zijn veeleisend als ze zich oneerlijk behandeld voelen en als er in hun jeugd sprake was van verwende of afhankelijke veeleisendheid. Ze vinden het leven niet rechtvaardig en maar moeilijk te bevatten. Ze gedragen zich impulsief en verwachten dat ze alles op een dienblaadje aangereikt krijgen.  

Oorsprong: Als kind werd je verwend. Je hoefde zelden verantwoordelijkheid te dragen. Er zaten geen negatieve consequenties aan uitbarstingen of ongewenst gedrag. Waarschijnlijk waren er meer kinderen in het gezin en vond je dat je oneerlijk behandeld werd. Of je kwam als kind een hoop tekort en vindt dat je nu recht hebt op beter.  

Nu in relaties: Deze mensen hebben vaak een gat in hun hand en lenen van vrienden en familie om hun rekeningen te betalen. Ze hebben geen boodschap aan andermans behoeften en kunnen vaak heel lelijk doen. Ze nemen meer dan ze geven. Het irriteert hen als ze “nee” te horen krijgen of ergens in beperkt worden. Of ze hebben geen geduld en willen alles meteen.   Veranderen: Probeer eens NIET over je grenzen heen te gaan. Word je ervan bewust wat jouw handelen teweeg brengt bij anderen. Ontwikkel zelfdiscipline.  

Zelfsabotage — hoe werkt dat? Normaal gesproken is communicatie de sleutel tot een gezonde relatie. We hebben daarbij allemaal behoefte aan drie dingen. We willen begrepen worden, we willen medeleven en we willen gezien worden voor wie we zijn. Of we nu communiceren met een geliefde of met een zakenrelatie, deze drie principes gelden altijd.  

Zelfsabotage vindt plaats als we bij het communiceren aannemen dat de ander op een bepaalde manier zal reageren. Normaal gesproken heeft dit te maken met een eerder opgedaan negatief levenspatroon (zie onder). Vervolgens geven we ons hieraan over, proberen we er onderuit te komen of doen we iets totaal anders waarmee we die relatie schade berokkenen.  

Zelfsabotage is simpel gezegd dat we op een kinderlijke manier ergens op reageren. Dit gedrag staat ons als volwassenen in de weg en verstoort de communicatie met anderen.  We zijn niet blij met ons reactiepatroon, maar weten niet hoe we het moeten veranderen. Als we achteraf tevreden zijn over een gesprek, hebben we waarschijnlijk geen zelfsaboterende uitspraken gedaan. Maar waarom gaat het soms mis? Door de volgende patronen te bestuderen, leren we waar zulk gedrag vandaan komt, hoe het ons leven beheerst en hoe we dat kunnen veranderen.  

Bedenk goed dat jij de enige bent die jouw patroon kan veranderen. Werk aan jezelf en voer de opdrachten uit, dan zul je daar zeker profijt van hebben. Daarbij kan het heel nuttig zijn steun te vragen van anderen in je omgeving. Besef echter goed dat jij verantwoordelijk bent voor jouw gedrag en niemand anders. Je zult zien dat je ook bij mensen om je heen negatieve levenspatronen zult opmerken. Als je hen met compassie en begrip tegemoet treedt, zul je minder snel zelfsaboterend gedrag bij hen opwekken, waardoor je beter met hen kunt communiceren.